Volhouden
Als je de Libelle mag geloven (en wat voor redenen hebben we om te twijfelen aan de Libelle?), werken 1.000.000 Nederlanders momenteel aan een boek. De eerste keer dat ik serieus aan iets begon, was in 1990. Pas het vijfde volledig uitgewerkte verhaal belandde bij een uitgever, en dan nog alleen maar omdat ik de redacteur toevallig tegen het lijf liep in de klimhal. Dat vijfde boek was ‘De vlucht van de Grote Beer’. Tegen de tijd dat een pallet vol met exemplaren bij het Centraal Boekhuis werd afgeleverd, waren die redacteur en de uitgever vertrokken bij de uitgeverij. Daarmee was het lot van ‘De vlucht van de Grote Beer’ bezegeld. Er was wel een nieuwe uitgever, maar aangezien de uitgeverij voor een totaal andere koers had gekozen (daarom waren de uitgever en de redacteur ook opgestapt) kreeg mijn boek evenveel publiciteit als de laatste finisher van een marathon.
Aan mijn studenten leg ik desgevraagd uit dat je motivatie kunt onderverdelen in intrinsieke en extrinsieke motivatie. Intrinsieke motivatie is de som van alle motivatoren die vanuit jezelf komen (bij mijn studenten bijvoorbeeld: een bepaalde competentie eigen willen maken), extrinsieke motivatie is wat er van buiten aan prikkels komt (bijvoorbeeld: een goed cijfer of een compliment van de docent). Voor al die 999.999 medelanders kan ik verklappen: een boek van de drukpers laten rollen is ontzettend moeilijk, maar de echte lol komt pas als het boek ook een beetje verkocht wordt. Dat dat uitbleef, bezegelde ook mijn extrinsieke motivatie. Of het ontbreken daarvan, voor tenminste tien jaar. Dat er nu tóch een manuscript ligt, komt door intrinsieke motivatie. Het is gewoon te leuk om verhalen te verzinnen, te researchen, te puzzelen om alle stukjes van het plot en verhaallijnen in elkaar te laten vallen. Het is gewoon een groot project, maar dan één waar niemand op resultaat zit te wachten. Waarvan je nog maar moet afwachten of het ooit enig resultaat gaat opleveren. En waarover je het nauwelijks met anderen kunt hebben. De oplossing: volhouden.